Diverse bepalingen in strijd tegen domiciliefraude

De federale regering bindt opnieuw de strijd aan tegen domiciliefraude. Dit keer met een omvangrijk besluit diverse bepalingen. Daarin de ligt de focus op meer diepgaande woonstcontroles, een modern kader voor inschrijvingen in de bevolkingsregisters, het opdrijven van controles bij de gemeenten, de vereenvoudiging van het stelsel ?tijdelijke afwezigheid? en het stelsel ?inschrijving op een referentieadres?, strengere voorwaarden voor de opmaak en afgifte van identiteitskaarten en de introductie van nieuwe tools voor burgers om informatie te verkrijgen uit het Rijksregister.

Hieronder vindt u een overzicht van de voornaamste wijzigingen. Nieuwigheden waarvan de meeste trouwens al op 8 mei 2017 in werking treden.

Woonstcontrole ook bij vertrek naar buitenland

Wijkagenten (en gemeenteambtenaren) zullen voortaan ook een woonstcontrole uitvoeren in geval van vertrek naar het buitenland. Nu gebeurt dat alleen als iemand in België komt wonen of verhuist. Maar de praktijk heeft uitgewezen dat dat niet volstaat om (pogingen tot) sociale en/of fiscale fraude te verhinderen. Vooral in de grensgemeenten wordt 'een vertrek naar het buitenland' vaak gebruikt om belastingen te ontduiken. Daarom wordt vanaf nu altijd ter plaatse gecontroleerd of iemand wel degelijk vertrokken is.

Er komt dus wat werk bij voor de wijkagenten (en gemeenteambtenaren). De regering komt hen evenwel tegemoet. De termijn om woonstcontroles uit te voeren wordt verlengd: van 8 tot 15 werkdagen. Tegelijk wordt ook de termijn om het resultaat van het onderzoek aan de betrokken persoon mee te delen aangepast. Nu hebben agenten daarvoor een maand de tijd (vroeger 20 dagen).

De termijn geldt vanaf de datum van aangifte van de verandering van de verblijfplaats door de burger (of de datum van ontvangst door het gemeentebestuur van de aangifte als deze via de post verstuurd werd).

De regering vraagt de gemeenten om aandachtig te zijn bij aangiftes van verandering van verblijfplaats op een adres waarom reeds 1 of meerdere personen ingeschreven zijn. Vooral als op dat adres iemand woont die het voorwerp uitmaakt van een maatregel tot bescherming van goederen en of de persoon. De regering raadt de gemeenten in deze gevallen aan om de personen die ingeschreven zijn op het adres en/of de bewindvoerder te verwittigen. Deze aanbeveling staat evenwel niet in het KB.

Inschrijving kind van gescheiden ouders

Wanneer een ouder de adreswijziging van een niet-ontvoogd minderjarig kind aangeeft bij de gemeente, is de gemeente voortaan verplicht om de andere ouder automatisch op de hoogte te brengen van die aangifte. Het KB bepaalt hiervoor geen termijn, maar de regering raadt de gemeenten aan om dit zo snel mogelijk te doen en te laatste binnen de 10 werkdagen.

In principe geldt nog steeds dat niet-ontvoogde minderjarigen worden ingeschreven op de effectieve verblijfplaats, daar waar men effectief het grootste deel van de tijd verblijft. Maar aangezien ouders de huisvesting steeds vaker gelijk verdelen, wordt een specifieke bepaling opgenomen: men moet zich baseren op het wederzijds akkoord van de ouders, de laatste gerechtelijke beslissing of notariële akte tot gelijkmatig verdeelde huisvesting. Bij gebrek hieraan wordt het kind ingeschreven op het adres van de laatste hoofdverblijfplaats. Is ook dat er niet, dan wordt het kind ingeschreven bij de ouder die de kinderbijslag krijgt, in afwachting van een uitspraak van de hoven en rechtbanken.

Uitschrijven uit bevolkingsregisters

Gemeentebesturen zijn verplicht om burgers die zich in een andere gemeente of in het buitenland gevestigd hebben zonder een adreswijziging aan te geven, op te sporen. Zijn ze onvindbaar, dan worden de betrokkenen door het college van burgemeester en schepenen of door het gemeentecollege van ambtswege 'afgevoerd' uit het bevolkingsregister van de gemeente.

Voortaan gebeurt die ambtshalve afvoering wanneer het onderzoek van het gemeentebestuur heeft aangetoond dat de betrokkene al minstens 6 maanden spoorloos is.

Een gelijkaardige bepaling wordt ingevoerd voor situaties waarbij iemand zich in een gemeente heeft gevestigd zonder dat aan te geven. Gemeenten zijn immers ook verplicht om deze personen op te sporen. Wanneer deze personen niet reageren op de uitnodiging tot aangifte van de gemeente, is de gemeente voortaan verplicht om ze ambtshalve in te schrijven. De datum die wordt gebruikt is de dag waarop zijn aanwezigheid werd vastgesteld door de ambtenaar van burgerlijke stand.

Bevolkingsfiches

Gemeenten die beschikken over een lokaal systeem op het vlak van 'bevolking' met voldoende veiligheidsgaranties zijn voortaan automatisch vrijgesteld van het materieel houden van bevolkingsfiches. Het is aan de veiligheidsconsulent om na te gaan of de gemeente aan de veiligheids- en optimalisatievoorwaarden voldoet. Ook de bevolkingsinspecteurs van de FOD Binnenlandse Zaken zullen tijdens hun inspecties aandacht besteden aan de naleving van de voorwaarden.

Voorlopige inschrijving in onbewoonbaar gebouw

De voorlopige inschrijving in een gebouw waar permanente bewoning niet is toegelaten om redenen van veiligheid, gezondheid, urbanisme of ruimtelijke ordening maakt sinds eind 2015 (op advies van de Raad van State) deel uit van de Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters. De regeling wordt dan ook geschrapt uit het KB van 16 juli 1992 op de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister.

Inschrijving van een tijdelijke afwezigheid

Het stelsel voor de inschrijving van een tijdelijke afwezigheid wordt verfijnd om verwarring te vermijden.

Tijdelijke afwezigheid is voortaan gedefinieerd als 'het feit van niet effectief te verblijven op zijn hoofdverblijfplaats tijdens een bepaalde periode, waarbij er voldoende belangen behouden worden die aantonen dat de re-integratie in de hoofdverblijfsplaats op elk moment mogelijk is'. Met als kenmerken:

beschikken over een hoofdverblijfplaats waarnaar op elk ogenblik kan worden teruggekeerd;

beschikken over een hoofdverblijfsplaats waarin men voldoende belangen heeft (voldoende uitgerust en bemeubeld om er effectief te kunnen wonen);

de afwezigheid mag niet voor onbepaalde tijd zijn; er geldt een maximumtermijn van één jaar die 1 keer kan verlengd worden met een jaar.

De burger krijgt de mogelijkheid om bij het gemeentebestuur aangifte te doen van elke tijdelijke afwezigheid van meer dan 3 maanden. Wie aangifte doet, zal gevraagd worden om een ad hoc formulier in te vullen (model in MB van 21 april 2017). Daarop schrijft de betrokkene het adres van zijn hoofdverblijfplaats en de reden van zijn afwezigheid.

Deze aangifte is erg belangrijk. De gemeente kan bij gebrek immers een procedure tot afvoering opstarten.

Uitzonderingen op beperkte duur

Er kan in bepaalde gevallen worden afgeweken van de beperkte duur van de tijdelijke afwezigheid. Bijvoorbeeld voor personen die tijdelijk niet thuis verblijven om gezondheidsredenen (bv. opname in een psychiatrische instelling), personen die opgesloten zitten in strafinrichtingen en inrichtingen voor sociaal verweer, minderjarigen die door een jeugdrechter in een gemeenschapsinstelling worden geplaatst, enz.

Kunnen ook worden beschouwd als tijdelijk afwezig: personen van wie de verdwijning al minstens 6 maanden aan de lokale of federale politie werd gemeld (de tijdelijke afwezigheid eindigt met de terugkeer van de verdwenen persoon of zijn overlijden), leerlingen en studenten ouder dan 16 jaar die financieel nog ten laste zijn van hun ouders en dat voor de duur van hun studies.

Maar ook de personeelsleden van de federale politie die niet in België verblijven (en in voorkomend geval de leden van hun gezin) om militairen te begeleiden in het buitenland of die een specifieke opdracht vervullen in het buitenland kunnen beschouwd worden als tijdelijk afwezig. En dat voor de ganse duur van hun opdracht.

Om aanspraak te maken op het afwijkende regime moeten de personen die hun hoofdverblijfplaats verlaten om beroepsredenen of voor hun studies bij hun aangifte en naast het ad hoc formulier, de nodige bewijsstukken bezorgen aan het gemeentebestuur (zendingsopdracht, inschrijving in onderwijsinstelling, enz.).

Inschrijving op een referentieadres

Door de wijzigingen aan het stelsel van de tijdelijke afwezigheid wordt ook het stelsel voor inschrijving op een referentieadres aangepast. Het is niet (langer) mogelijk om in beide stelsel tegelijk ingeschreven te zijn. De toepassing van het ene stelsel sluit het andere uit. Daarnaast is een inschrijving op een referentieadres voortaan beperkt tot één jaar. Dit geldt echter niet voor personen die op zending gestuurd worden naar het buiteland of op nationale zending, op verzoek van de Staat. Zoals de personeelsleden van de federale politie die Belgische militairen begeleiden of een specifieke opdracht vervullen in het buitenland. Deze personen zullen gebruik kunnen maken van een referentieadres tijdens de ganse duur van hun opdracht.

Inspecties bevolkingsregisters

De inspecties van de bevolkingsregisters worden opgedreven. Aan zet zijn de ambtenaren van de Algemene Directie Instellingen en Bevolking. Zij zullen hun vaststellingen en opmerkingen voortaan formuleren in een officieel verslag dat aan het betrokken gemeentebestuur wordt bezorgd. De gemeenten zijn evenwel vrij om hun al dan niet gevolg aan te geven. Maar wanneer na een mand wordt vastgesteld dat een gemeente helemaal niets heeft gedaan, dan kan de minister van Binnenlandse Zaken, een tussenkomst vragen van de minister die het toezicht op de betrokken gemeente uitoefent om de nodige maatregelen te nemen.

Identiteitskaarten

De wetgeving e-ID wordt op verschillende punten aangepast:

Kids-ID. voortaan is uitdrukkelijk bepaalt dat wanneer een Belgisch kind van 12 jaar een kids-ID bezit deze kaart geldig blijft tot de geldigheidsdatum ervan verstreken is. Pas op de vervaldatum zal het kind een echte e-ID krijgen;

ICAO-normen e-ID. Identiteitskaarten moeten intussen ongeveer een jaar voldoen aan de ICAO-normen (International Civil Aviation Organisation). Dat wordt nu ook duidelijk in het KB van 25 maart 2003;

Ondertekenen basisdocument e-ID. Bij burgers die niet in staat zijn om hun handtekening te zetten omwille van analfabetisme, een fysieke of mentale handicap op een ziekte (aangetoond via medisch attest) wordt de handtekening voortaan vervangen door de vermelding ?vrijgesteld?. Het basisdocument wordt voortaan trouwens opgemaakt met een elektronisch tablet en niet langer met een papieren formulier. Nieuw is onder meer ook dat gemeentebesturen het laatste elektronische beeld kunnen hergebruiken wanneer het voor iemand onmogelijk is om naar het gemeentebestuur te gaan om het basisdocument te ondertekenen, bijvoorbeeld wanneer iemand geïnterneerd of opgesloten is;

Vernietiging e-ID. De regelgeving bepaalt nu uitdrukkelijk dat de e-ID van iemand die overleden is vernietigd wordt en de desbetreffende elektronische functies ingetrokken worden zodra de overlijdensakte is opgesteld;

Verlies of diefstal e-ID. In geval van verlies of diefstal van de e-ID zal de kaart in de toekomst (nog geen datum van inwerkingtreding) onmiddellijk geannuleerd worden en de elektronische certificaten onmiddellijk ingetrokken. Tot op vandaag werden de e-ID en de elektronische certificaten van de gesloten of verloren kaart voortaan 7 dagen geschorst. Er werd pas een nieuwe kaart aangevraagd als de verloren of gestolen e-ID niet binnen de 7 dagen na betekening werd teruggevonden of bij vernietiging. Werd de kaart teruggevonden, dan vroeg de gemeente aan de certificatiedienstverlener om de elektronische functies te reactiveren. In de praktijk werden er echter amper kaarten teruggevonden. Maar gedurende die periode waren de kaarten wel gevoelig voor fraude. De regeling wordt daarom afgeschaft. Wat ook een pak minder werk betekent voor de politie en de gemeentebesturen (o.a. seinen/ontseinen in de ANG);

Melding verlies of diefstal e-ID. Voortaan brengt de Dienst Helpdesk de kaarthouder, en in voorkomend geval de wettelijke vertegenwoordiger van de houder op de hoogte van wie een verlies, diefstal of vernietiging van een e-ID heeft gemeld als dat niet de kaarthouder zelf is;

Mijndossier. Burgers krijgen de mogelijkheid om vanuit de toepassing ?Mijndossier? attesten te verkrijgen met een aantal persoonlijke gegevens uit het Rijksregister. Deze attesten dragen een elektronische stempel (een soort van elektronische zegel van het Rijksregister). Let op, niet alle informatie is beschikbaar. Het gaat alleen om de attesten uit het MB van 21 april 2017, namelijk een attest van hoofdverblijfplaats; een attest van hoofdverblijfplaats met historiek; een attest van leven; een attest van Belgische nationaliteit; een attest van gezinssamenstelling; een attest van wettelijke samenwoning; een attest van wijze van teraardebestelling en/of rituelen; een attest van verblijfplaats met het oog op een huwelijk; een attest van Belgisch kiezer en een uittreksel uit de registers;

KB van 29 juli 1985. Dit KB over de identiteitskaarten in IDOC-formaat wordt opgeheven.

Rijksregister

Tot slot wordt gesleuteld aan de informatie die wordt opgeslagen in het Rijksregister: de informatietypes 'gedeelde huisvesting' en 'voorlopige inschrijving' worden verbonden aan het wettelijk informatiegegeven betreffende de hoofdverblijfplaats; het informatietype betreffende het wettelijke informatiegegeven 'beroep' wordt geschrapt en er worden nieuwe codes toegevoegd aan het informatietype betreffende 'reden voor het verblijf van de vreemdelingen'.

Bron: Koninklijk besluit van 9 maart 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 april 1984 betreffende de toegang door sommige openbare overheden tot het Rijksregister van de natuurlijke personen, alsmede betreffende het bijhouden en de controle van de informaties, het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, het koninklijk besluit van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar, het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten, het koninklijk besluit van 5 juni 2004 tot vaststelling van het stelsel van de rechten tot inzage en verbetering van de gegevens die op elektronische wijze opgeslagen zijn op de identiteitskaart en van de informatiegegevens die zijn opgenomen in de bevolkingsregisters of in het Rijksregister van de natuurlijke personen, het koninklijk besluit van 8 januari 2006 tot bepaling van de informatietypes, verbonden met de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, en tot opheffing van het koninklijk besluit van 29 juli 1985 betreffende de identiteitskaarten en van het koninklijk besluit van 29 juli 1985 waarbij de naamloze vennootschap IDOC wordt aangewezen als onderneming belast met de aanmaak en het drukken van de identiteitskaarten en waarbij machtiging wordt verleend tot mededeling aan die vennootschap van sommige informaties die bij het Rijksregister worden bewaard, BS 28 april 2017.

Bron: Ministerieel besluit van 21 april 2017 tot bepaling van het model van de aangifteformulieren voor tijdelijke afwezigheid bedoeld in artikel 18, § 2, eerste en derde lid, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, BS 28 april 2017.

Bron: Ministerieel besluit van 21 april 2017 tot bepaling van de modellen van attesten bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 5 juni 2004 tot vaststelling van het stelsel van de rechten tot inzage en verbetering van de gegevens die op elektronische wijze opgeslagen zijn op de identiteitskaart en van de informatiegegevens die zijn opgenomen in de bevolkingsregisters of in het Rijksregister van de natuurlijke personen, BS 28 april 2017.