Wettelijke interestvoet voor 2018 blijft 2%

De wettelijke interestvoet voor 2018, die gebruikt wordt in burgerlijke en handelszaken, blijft onveranderd ten opzichte van 2017. Hij bedraagt 2%.

De wettelijke interestvoet is van toepassing:

op privézaken, zowel tussen natuurlijke personen als tussen rechtspersonen (?burgerlijke zaken?); en

op transacties tussen handelaars en particulieren (?handelszaken?).

Contractuele interestvoet heeft voorrang

Als de partijen afspraken hebben gemaakt over welke interest er zal worden aangerekend bij laattijdige betaling, dan wordt díe interestvoet toegepast.

Werd er geen interestvoet afgesproken, dan geldt de wettelijke interestvoet. En volgens een bericht van de Algemene Administratie van de Thesaurie bedraagt de wettelijke interestvoet ook in 2018, 2%.

Voor het volledige jaar

De interestvoet in burgerlijke en handelszaken blijft het hele jaar door geldig. Dit in tegenstelling tot de meeste andere interestvoeten, die per semester of zelfs per maand worden vastgelegd.

Niet voor?

De wettelijke interestvoet is niet van toepassing in fiscale en sociale zaken, bij handelstransacties, of bij overheidsopdrachten.

In fiscale en sociale zaken geldt er een vast tarief van 7%. Zelfs als de fiscale of sociale wetten naar de wettelijke interestvoet in burgerlijke en handelszaken verwijzen! (art. 2, § 2, wet van 5 mei 1865 en art. 28, § 1, RSZ-wet).

Voor echte ?handelstransacties? bestaat er een ander regime. Een handelstransactie is elke transactie, tegen betaling:

tussen ondernemingen onderling. Dus ook tussen vrije beroepers, zelfstandigen of non-profitbedrijven; of

tussen ondernemingen en overheidsinstanties, als de overheidsinstantie de schuldenaar is en als de opdracht onder het regime van de ?kleine opdrachten? valt. Dat wil zeggen dat het te betalen bedrag geraamd wordt op minder dan 8.500 euro, of op minder dan 17.000 euro indien het gaat om een opdracht in de sectoren water, post, energie of vervoer.

Bovendien moet de transactie leiden tot:

het leveren van goederen;

het verrichten van diensten; of

het ontwerp en de uitvoering van openbare werken en bouw- en civieltechnische werken.

De interestvoet die van toepassing was voor achterstallige betalingen bij handelstransacties tijdens het tweede semester van 2017 (1 juli 2017 tot 31 december 2017) bedroeg 8%.
De interestvoet voor het eerste semester van 2018 verscheen nog niet in het Belgisch Staatsblad.

De wettelijke interestvoet is evenmin van toepassing op overheidsopdrachten boven het drempelbedrag van 8.500 of 17.000 euro. Daar gelden volgende interestvoeten, die voor het eerste semester van 2018 vastgelegd zijn op respectievelijk:

8% voor overheidsopdrachten die gesloten werden vanaf 16 maart 2013;

8% voor overheidsopdrachten die gegund werden tussen 8 augustus 2002 en 15 maart 2013; en

een maandinterest voor overheidsopdrachten gegund vóór 8 augustus 2002 en aangekondigd vanaf 1 januari 1981.

Bron: Algemene Administratie van de Thesaurie. - Mededeling over de wettelijke interestvoet, BS 11 januari 2018.

Zie ook:
- Algemene Administratie van de Thesaurie. - Mededeling over de wettelijke interestvoet, BS 27 januari 2017.
- Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 25 juli 1969 (RSZ-wet) (art. 28, § 1).
- Wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, BS 7 mei 1865 (art. 2, § 2)
- Mededeling over de interestvoet die van toepassing is in geval van betalingsachterstand bij handelstransacties, BS 13 juli 2017 (interestvoet tweede semester 2017).