Belastingkrediet op onroerende voorheffing voor rechtspersonen gedecimeerd (art. 30 PD 2020)

Ondernemingen enerzijds en gemeenten, sociale verhuurkantoren of andere organen die actief zijn in de sociale woningverhuur of de verhuur aan personen met een handicap anderzijds, genieten een belastingkrediet (BK) op de onroerende voorheffing (OV). Het programmadecreet schrapt echter het belastingkrediet op de gronden en gebouwen, en houdt alleen het belastingkrediet op het materieel en de outillage over. De Vlaamse regering wil het belastingkrediet zo terugbrengen tot zijn essentie en ze benadrukt dat deze maatregel een positieve budgettaire impact heeft - toch voor het Vlaamse gewest.
Het afgeslankte regime geldt vanaf aanslagjaar 2020. Aanslagjaar en inkomstenjaar vallen samen in de OV.

Tot en met aanslagjaar 2019 bedraagt het belastingkrediet:

2,5% van het kadastraal inkomen (geïndexeerd KI) van de onroerende goederen waarop het standaardtarief van 3,97% van toepassing is;

1,6% van het KI van de onroerende goederen waarop het verminderd tarief van 2,54% van toepassing is (in hoofdzaak bij sociale verhuur); en

2,5% van het KI vermenigvuldigd met een desindexatiecoëfficiënt voor materieel en outillage.

Vanaf aanslagjaar 2020 wordt enkel nog het belastingkrediet van 2,5% na desindexatie voor materieel en outillage toegekend.

Zoals tot nu het geval was, blijven de gemeentelijke en provinciale opcentiemen verschuldigd op het volledige bedrag aan OV.

Bron: Programmadecreet van 20 december 2019 bij de begroting 2020, BS 30 december 2019, art. 30 en art. 79, eerste lid, 3° PD 2020.

Zie ook:
VCF, art. 2.1.4.0.1 en art. 2.1.5.0.7.