Covid-19: uniforme verlenging van alle verjarings- en rechtsplegingstermijnen in burgerlijke procedures

De federale regering zorgt voor een tijdelijke, uniforme verlenging van de verjaringstermijnen en rechtsplegingstermijnen in burgerlijke procedures. Ze voorziet ook in een tijdelijke verruiming van de schriftelijke behandeling (beraad zonder mondelinge pleidooien). Een noodoplossing omdat het door de coronamaatregelen niet of slechts deels mogelijk is om ?in rechte optreden?.

Verjaringstermijnen en vorderingstermijnen burgerlijke zaken met één maand verlengd

Alle verjaringstermijnen en de andere termijnen om een vordering in rechte in te stellen voor een burgerlijk gerecht (de hoven en de rechtbanken, m.u.v. strafprocedures, tenzij het alleen om burgerlijke zaken gaat) die verstrijken in de periode van 9 april tot en met 3 mei worden van rechtswege verlengd tot één maand na afloop van deze periode.

Rechtsplegingstermijnen hangende zaken met één maand extra verlengd

In de ingeleide of nog in te leiden rechtsplegingen voor de hoven en de rechtbanken (m.u.v. de strafprocedures tenzij die alleen burgerlijke belangen betreffen) en de tuchtprocedures (incl. ordemaatregelen) worden de rechtsplegingstermijnen en de termijnen om een rechtsmiddel aan te wenden (art. Ger. W.) die gedurende de verenging van een maand verstrijken en waarvan het verstrijken tot verval of een andere sanctie leidt of zou kunnen leiden, worden van rechtswege verlengd met een maand na afloop van die eerste verlenging.

Vervaltermijnen van daaropvolgende rechtshandelingen schuiven mee op

De verlenging kan gevolgen hebben voor elkaar opvolgende rechtshandelingen (vb. het nemen van conclusies). Daarom heeft de federale regering beslist dat alle daaropvolgende termijnen in gelijke mate opschuiven. De vervaldatum van deze termijnen wordt dus aangepast met de duur van de verlenging.

Als de toepassing van deze bepaling ervoor zorgt dat de laatste termijn minder dan één maand voor de behandeling van de zaak in terechtzitting verstrijkt, dan wordt die van rechtswege verdaagd naar de eerstvolgende beschikbare terechtzitting, één maand na afloop van de laatste termijn.

Bezwaar mogelijk

Partijen hebben de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen (of mondeling te verzoeken, bv bij terechtzittingen per videoconferentie) tegen de verlenging van de rechtsplegingstermijnen. Voorwaarde is wel dat de verderzetting van de rechtspleging dringend is en dat vertraging gevaar oplevert. In dat geval zal de rechter een beslissing nemen op basis van de stukken (nadat de andere partijen opmerkingen hebben kunnen formuleren).

Inberaadname zonder mondelingen pleidooien

Schriftelijke inberaadname wordt de regel. Alle zaken voor de hoven en rechtbanken (m.u.v. strafzaken, tenzij die alleen burgerlijke belangen betreffen), die zijn vastgesteld op rechtsdagen die plaatsvinden vanaf 11 april tot en met 3 juni 2020 en waarin alle partijen conclusies hebben neergelegd, worden van rechtswege in beraad genomen op basis van de overgelegde conclusies en stukken, zonder mondeling pleidooi. De rechter mag later wel vragen dat de partijen mondeling opheldering geven.

De partijen kunnen zich verzetten tegen de inberaadname zonder mondelinge pleidooien. Wanneer alle partijen bezwaar hebben, dan wordt de zaak uitgesteld. Als slechts één of enkele partijen bezwaar maken, dan beslist de rechter of de terechtzitting doorgaat, de zaak wordt uitgesteld of in beraad worden genomen zonder mondelinge pleidooien.

Toepassingsgebied: aandachtspunt

De bepalingen van het besluit zijn alleen van toepassing op de procedures voor de hoven en de rechtbanken. Niet op de procedures voor de federale administratieve rechtscolleges, voor de Raad van State of het Grondwettelijk Hof.

Verlenging

De federale regering kan de crisisperiode verlengen. De opgegeven einddata kunnen dus nog wijzigen.

In werking: 9 april 2020

Bron: Koninklijk Besluit nr. 2 van 9 april 2020 met betrekking tot de verlenging van de verjaringstermijnen en de andere termijnen om in rechte te treden, alsmede de verlenging van de termijnen van de rechtspleging en de schriftelijke behandeling voor de hoven en rechtbanken, BS 9 april 2020.