Covid-19: Vlaanderen licht verbod op uithuiszettingen toe

Eind maart besliste de Vlaamse regering om de uitvoering van alle gerechtelijke beslissingen waarbij een uithuiszetting wordt bevolen, op te schorten omwille van de coronacrisis. En dit vanaf 31 maart 2020, voor zolang de civiele noodsituatie m.b.t. de volksgezondheid duurt. Dat is t.e.m. 17 juli 2020. De politiediensten zijn verantwoordelijk voor de naleving van deze maatregel. In een omzendbrief geeft Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele een woordje uitleg bij het verbod op de uithuiszettingen.

Het tijdelijke verbod heeft volgens de minister betrekking op uithuiszettingen die voortvloeien uit de woninghuurgeschillen die werden uitgesproken door de vrederechter of, in beroep, door de burgerlijke rechter van de rechtbank van eerste aanleg. Zowel de uithuiszettingen die voortvloeien uit huurovereenkomsten die vóór 1 januari 2019 gesloten werden op basis van de federale woninghuurwet en het Burgerlijk Wetboek, als deze die voortvloeien uit huurovereenkomsten die vanaf 1 januari 2019 gesloten werden op basis van het nieuwe Vlaamse woninghuurdecreet, vallen onder het verbod. Het verbod geldt zowel voor private huurovereenkomsten, als voor sociale huurovereenkomsten.

De minister somt ook een 10-tal categorieën van uithuiszettingen op die niet onder het tijdelijk verbod vallen. Zoals de uithuiszettingen in het kader van voorlopige maatregelen tussen ex-partners of de uithuiszettingen van krakers, omdat die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren. Of uithuiszettingen op basis van notariële aktes, omdat dat geen gerechtelijke uithuiszettingen zijn. Of nog, uitzettingen uit handelszaken, waarvoor de Vlaamse minister van Economie bevoegd is, en het huidige verbod werd uitsluitend genomen op initiatief van de minister van Wonen.

Een uithuiszetting uit studentenhuisvesting valt dan weer wél onder het uitzettingsverbod. En 'aangezien het verbod ruim geformuleerd is', moet volgens de minister 'aangenomen worden dat uithuiszettingen uit tweede verblijven ook onder het verbod vallen'.

Dat sommige uithuiszettingen niet onder het tijdelijk verbod op de gerechtelijke uithuiszettingen vallen, betekent volgens de minister nog niet dat die uithuiszettingen zonder meer kunnen worden uitgevoerd. Ook daar moeten de reguliere wettelijke bepalingen afgewogen worden tegen de anticoronamaatregelen.

De minister benadrukt ook dat het tijdelijke verbod uitsluitend slaat op de uitvoering van de gerechtelijke beslissingen tot uithuiszetting. De vrederechter en de burgerlijke rechter in beroep kunnen dus nog altijd uithuiszettingen uitspreken, maar die beslissingen zullen tijdelijk niet uitgevoerd worden. En dit tot en met 17 juli 2020. Vanaf de 18e juli krijgen alle maatregelen opnieuw uitwerking.

Wij herinneren er nog even aan dat het Brusselse en het Waalse gewest ook een tijdelijk verbod op uithuiszetting hebben ingevoerd, maar die bepalingen hebben een andere looptijd en een ander toepassingsgebied.

Bron: Omzendbrief OMG/W 2020/2 van 7 april 2020 betreffende het tijdelijk verbod op uithuiszettingen omwille van de coronavirusmaatregelen, BS 14 april 2020.

Besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2020 houdende maatregelen voor de private en sociale huurmarkt ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, BS 31 maart 2020.