Gezamenlijk verzoek tot verwerping van nalatenschap bij minderjarigheid of onbekwaamheid (DB Justitie, art. 77-91)

De wettelijke vertegenwoordigers van minderjarige personen of personen die onbekwaam werden verklaard om een nalatenschap in ontvangst te nemen, kunnen vanaf nu een gezamenlijk verzoek indienen om een nalatenschap van maximum 5.000 euro (te indexeren bedrag) te verwerpen. Er hoeft dus geen verzoek tot verwerping meer ingediend te worden voor elke minderjarige of onbekwaamverklaarde afzonderlijk.

Het gezamenlijk verzoek hoeft overigens niet op álle erfgerechtigde minderjarigen of onbekwaamverklaarden te slaan. En ook jongeren of onbekwaamverklaarden die maar in ondergeschikte graad of orde in aanmerking komen voor de nalatenschap, kunnen in het gezamenlijk verzoek worden opgenomen. Bv. wanneer hun ouders de nalatenschap zelf nog moeten verwerpen.

In afwijking van de gewone regels moet het verzoek tot machtiging niet ingediend worden bij de vrederechters die bevoegd zijn voor de gemeenten waar de minderjarigen of onbekwaamverklaarde personen hun woon- of verblijfplaats hebben, maar gebeurt dat bij de vrederechter van de plaats waar de nalatenschap is opengevallen. Als de nalatenschap open valt in het buitenland, kunnen de wettelijke vertegenwoordigers hun gezamenlijk verzoek indienen bij één van de vrederechters die bevoegd is voor de woon- of verblijfplaats van minstens één van de betrokken minderjarigen of onbekwaamverklaarden.

De mogelijkheid om een gezamenlijk verzoek tot verwerping van de nalatenschap in te dienen geldt vanaf 1 september 2020, om het even op welke datum de nalatenschap is opengevallen.

Bron: 31 juli 2020 - Wet houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie, BS 07 augustus 2020, art. 77?91.