Vlaamse Regering wijzigt terugbetalingsregeling dienstencheques

De Vlaamse Regering wijzigt via haar besluit van 18 december 2020 de regeling voor de terugbetaling van dienstencheques. Via datzelfde besluit past ze ook het aantal vertegenwoordigers van werknemers, werkgevers en het departement Werk en Sociale Economie aan in de Adviescommissie van het opleidingsfonds dienstencheques.

Wijziging terugbetalingsregeling dienstencheques

De Vlaamse Regering wijzigt via haar besluit van 18 december 2020 de regeling voor de terugbetaling van dienstencheques.

Als een niet-gebruikte dienstencheque wordt terugbetaald door de uitgiftemaatschappij aan de gebruiker in het jaar dat volgt op de aankoop, moet het fiscaal voordeel dat is toegekend op basis van de aankoop van de dienstencheque, afgehouden worden van de terugbetaling.

Aangezien het fiscaal voordeel in het Vlaams Gewest is verlaagd van 30% naar 20%, wordt het bedrag van de terugbetaling vanaf 1 januari 2021 verhoogd van 70% naar 80%. De verlaging van het fiscaal voordeel is immers van toepassing op alle dienstencheques die aangekocht zijn in 2020.

De overige 20% (vroeger 30%) wordt terugbetaald aan het Departement Werk en Sociale Economie.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020 regelt ook de terugbetaling van de dienstencheques van overleden gebruikers.

De dienstencheques van de overleden gebruiker die geldig waren op het moment van het overlijden kunnen op aanvraag van de erfgenamen terugbetaald worden, zelfs als de geldigheidsduur van de dienstencheques verstreken is op het moment van de aanvraag. Die toevoeging maakt de terugbetaling van dienstencheques van overleden gebruikers door de uitgiftemaatschappij juridisch sluitend.

Quorum Commissie opleidingsfonds dienstencheques

Daarnaast wijzigt het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020 het benodigde quorum in de Adviescommissie van het opleidingsfonds dienstencheques. Om dat quorum gelijk te stellen met de samenstelling van de Adviescommissie dienstencheque-activiteiten, wordt de verplichte aanwezigheid beperkt tot één lid van zowel de werkgeversvertegenwoordiging als de werknemersvertegenwoordiging.

Aanpassingen aan wijzigingen in andere regelgeving

Tenslotte zorgt het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020 ervoor dat de regelgeving over de dienstencheque up-to-date is met verwijzingen naar andere materies die ondertussen veranderd zijn: de geregionaliseerde kinderbijslag (nu ?groeipakket?), het uitdoven van de GESCO-maatregelen, het vernieuwde 'wetboek van vennootschappen en verenigingen' en de nieuwe wet rond de tewerkstelling van buitenlanders.

In werking

Dit besluit treedt in werking op 7 februari 2021.

Dit met uitzondering van artikel 3, 1°, dat in werking treedt op 1 januari 2021 (verlaging fiscaal voordeel en verhoging terugbetaling).

Bron: 18 december 2020 - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques en het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, BS 28 januari 2021, p.6146;

Zie ook:
Geraakte artikels:
KB van 12 december 2001, art. 1, art. 2 quarter en art. 3
KB van 7 juni 2007, art. 4