Vlaanderen maakt procedures voor buitenlandse werknemers flexibeler

Om de economische migratie te bevorderen wil de Vlaamse overheid een beleid voeren dat toptalent aantrekt en flexibiliteit uitstraalt. Tijd om het besluit van 2018 rond de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, na 2 jaar praktijkervaring, bij te sturen. De Vlaamse regering brengt wijzigingen aan om de procedures te vereenvoudigen, om misbruik tegen te gaan en om alles af te stemmen op de Europese en federale regelgeving.

Uitbreiding voor docenten

Waar vroeger de term 'gastprofessor' werd gebruikt, wordt die nu vervangen door 'internationaal docent'. Dat zorgt voor een verruiming van de categorie.

De docent hoeft niet ?te gast? te zijn, maar mag verbonden zijn aan de onderwijsinstelling.

Het minimumkwalificatieniveau is niveau 7 (master) in plaats van 8 (doctor).

Ook wordt de groep personen uitgebreid die met een toelating tot arbeid voor bepaalde duur mogen lesgeven als internationaal docent bij een andere werkgever dan die waarvoor ze de toelating hebben gegeven. Dat is een uitzondering op het principe van de beperking van tewerkstelling tot 1 werkgever.

De uitzonderingen die al gemaakt werden voor het volgen van een opleiding worden nu ook uitgebreid naar het geven van een opleiding.

Aanvraag gecombineerde vergunning vanuit het buitenland

De aanvraag voor een gecombineerde vergunning (verblijf en arbeid) moet voortaan vanuit het buitenland gebeuren, ook al heeft de persoon nog een legaal verblijf in België.

Enkel de volgende categorieën mogen hun aanvraag in België doen:

personen in kort verblijf;

studenten en onderzoekers in lang verblijf.

Daarmee wordt de Vlaamse regelgeving aangepast aan de nieuwe federale definitie van 'lang verblijf'.

Flexibele arbeidsvergunning voor maximum 90 dagen

De arbeidsvergunning die wordt toegekend voor maximum 90 dagen, die dus niet onder de gecombineerde vergunning valt, wordt voortaan ruimer toegepast. Het maximum van 90 dagen mag verspreid worden over een periode van 180 dagen. De arbeidsvergunning volgt op die manier de geldigheid van het verblijf van de werknemer met een kort Schengenverblijf.

Hernieuwing van de toelating

De hernieuwing van een toelating tot arbeid is mogelijk, in dezelfde functie of in een andere, maar wordt nooit automatisch toegestaan. De voorwaarden moeten opnieuw getoetst worden. Er is maar sprake van een hernieuwing als de nieuwe tewerkstelling start tijdens het legaal verblijf. Dat betekent aansluitend op het vorig verblijf of binnen de 3 maanden extra verblijf die door DVZ werden toegekend bij een intrekking van de arbeidstoelating. Een overlap van 2 toelatingen is niet mogelijk.

Weigerings- en intrekkingsgronden

De weigeringsgronden voor een toelating tot arbeid worden opgesplitst in facultatieve en verplichte weigeringsgronden.

Bij een facultatieve weigeringsgrond wordt er rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van het dossier, de belangen van de buitenlandse werknemer, het economisch belang van de werkgever en het evenredigheidsbeginsel.

De facultatieve weigeringsgronden wijzigen op 2 punten.

Er wordt een grond toegevoegd: wanneer een nieuwe aanvraag zonder nieuwe elementen wordt ingediend binnen het jaar nadat een toelating tot arbeid geweigerd of ingetrokken werd (binnen de ?wachttijd?).

Er wordt een grond uitgebreid: de situatie waarin de werkgever een sanctie heeft gekregen voor illegale tewerkstelling of zwartwerk in het jaar voor de aanvraag, wordt uitgebreid met enkele sancties van hetzelfde niveau in de materie migratie.

Dezelfde opsplitsing en toevoeging geldt voor de intrekkingsgronden.

Vlaamse gebruiker bij detachering

Voor een toelating tot arbeid moet de werkgever of, in geval van detachering, de gebruiker een maatschappelijke zetel of vestiging in het Vlaamse gewest hebben. De bedoeling is om oneigenlijke detacheringen tegen te gaan.

Er geldt 1 uitzondering op die voorwaarde: voor detacheringen zonder Belgische gebruiker kan een toelating tot arbeid verkregen worden als ze onder de Belgische sociale zekerheid vallen, dat is als een internationaal akkoord België aanduidt als werkland.

Vrijstelling voor uitzendkrachten

De vrijstelling voor gedetacheerde werknemers geldt niet meer alleen voor de eigen werknemers, maar wordt uitgebreid naar de uitzendkrachten. Als gevolg van Europese rechtspraak is er ook voor uitzendkrachten geen arbeidskaart meer nodig. Het moet gaan om een tijdelijke uitzending.

Er geldt een extra toelating van rechtswege voor onderzoekers en internationaal docenten die voor korte duur worden aangeworven door een Belgische werkgever. Dat is naar analogie van de vrijstelling voor gedetacheerde onderzoekers.

Vereiste van een arbeidsovereenkomst

Er hoeft niet altijd een arbeidsovereenkomst te worden voorgelegd, om van een arbeidsrelatie te spreken. Denk bijvoorbeeld aan de aanstelling door een overheid waar er geen arbeidsovereenkomst wordt getekend.

Wanneer er wel uitdrukkelijk een arbeidsovereenkomst gevraagd wordt, wordt nu ook de arbeidsovereenkomst voor uitzendkrachten aanvaard. Naast de klassieke arbeidsovereenkomst en de detacheringsovereenkomst, geldt die voortaan ook. De arbeidsovereenkomst voor dienstencheques is uitdrukkelijk uitgesloten.

De lonen van seizoensarbeiders

Voor seizoensarbeiders wordt er een uitzondering gemaakt op het algemeen principe dat het betaalde loon niet lager mag zijn dan het gemiddeld gewaarborgde maandelijks minimuminkomen (GGMMI). De onverkorte toepassing van het GGMMI is te streng voor de categorie van seizoensarbeiders.

Wel moet het loon hoog genoeg zijn zodat de werknemer financieel voor zichzelf en zijn gezin kan zorgen en moeten de sectorlonen gerespecteerd worden (zodat ze hetzelfde loon krijgen als een Belgische of Europese seizoensarbeider).

Inwerkingtreding: 1 maart 2021

Bron: 8 JANUARI 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, BS 8 februari 2021, p. 10368.

Zie ook:
Wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers
Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers
Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap van 6 december 2018 houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten