Opknapbeurt voor vier fiscale wetboeken en hypotheekwet

De wetgever brengt enkele zuiver technische wijzigingen aan in het ?Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten? (W.Reg.), het ?Wetboek der successierechten? (W.Succ.), het ?Wetboek diverse rechten en taksen? (WDTR), de hypotheekwet en het ?Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen?. En hij brengt artikel 70 van het W.Succ. in overeenstemming met de Grondwet na een vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof. De wijzigingen treden grotendeels in werking op 1 maart 2021.

Technische wijzigingen

De wetgever past deze 4 fiscale wetboeken en de hypotheekwet aan, aan andere wetgeving, heft verouderde teksten op, brengt technische en taalkundige correcties aan, enz.

Concreet gaat het om:

wijzigingen van bepaalde verwijzingen in het ?Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten? als gevolg van verschillende wetswijzigingen;

een technische aanpassing van het ?Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten? en van het ?Wetboek der successierechten? aan het nieuwe Boek 3 ?Goederen? van het Burgerlijk Wetboek. Alle bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek over het eigendomsrecht, de mede-eigendom, de gebruiksrechten en de zekerheden op goederen werden gehergroepeerd en ondergebracht in dat nieuwe Boek 3. Ook de ?wet op de achtergelaten voorwerpen? én de historische wetten van 1824 op het recht van opstal en de erfpacht werden erin opgenomen. Het nieuwe Boek 3 treedt in werking op 1 september 2021. Daarop is wel één uitzondering: artikel 3.30 over de rechtshandelingen die onderworpen zijn aan overschrijving bij de ?Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie? zal voor een deel pas in werking treden op een datum die bij KB zal worden bepaald en dat zal ten laatste op 1 juli 2022 zijn;

wijzigingen aan het ?Wetboek der successierechten? die voortvloeien uit arrest nr. 20/2018 van 22 februari 2018 van het Grondwettelijk Hof en opheffing van een aantal bepalingen van dit wetboek die achterhaald zijn;

wijzigingen aan het ?Wetboek diverse rechten en taksen?, als gevolg van eerdere wetswijzigingen;

technische wijzigingen aan de hypotheekwet van 16 december 1851;

en tot slot, wijzigingen aan het ?Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen?, met het oog op administratieve vereenvoudiging.

Sommige artikelen die bepalingen van het W.Reg. en het W.Succ. wijzigen, hebben betrekking op gewestelijke belastingen. Deze artikelen werden gewijzigd na overleg met de Gewesten waarvoor
de Staat nog de dienst van de belasting verzekert.
Zo vestigt en int de FOD Financiën bv. nog altijd de successierechten voor rekening van het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het Vlaams Gewest doet dat sinds 1 januari 2015 zelf.

Arrest Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof zegt in zijn arrest nr. 20/2018 van 22 februari 2018 het volgende:
?Artikel 70, in samenhang gelezen met artikel 7 van het Wetboek der successierechten, schendt de artikelen 10, 11 en 16 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre het bepaalt dat de erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden in de nalatenschap van een rijksinwoner samen aansprakelijk zijn, ieder in verhouding tot zijn erfdeel, voor de gezamenlijke rechten en interesten verschuldigd door de legatarissen en begiftigden onder algemene titel of onder bijzondere titel, zelfs wanneer de eerstgenoemden niet de mogelijkheid hebben gehad zich ervan te vergewissen dat de laatstgenoemden de rechten en interesten zullen betalen die zij verschuldigd zijn.?.

Bij zijn arrest nr. 162/2011 van 20 oktober 2011 heeft hetzelfde hof met betrekking tot artikel 8 van het Wetboek der successierechten, eveneens gelezen in samenhang met artikel 70 van hetzelfde wetboek, een arrest geveld met een quasi identiek beschikkend gedeelte.

De wetgever brengt artikel 70 van het W.Succ. in overeenstemming met beide uitspraken van het Grondwettelijk Hof (art. 15, wet van 7 februari 2021).

In werking

De ?wet van 7 februari 2021 houdende diverse wijzigingen aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, aan het Wetboek der successierechten, aan het Wetboek diverse rechten en taksen en aan de hypotheekwet van 16 december 1851, alsook aan het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen? treedt in werking op 1 maart 2021.

Dit met uitzondering van:

haar artikelen 2 en 3 die in werking treden op 1 september 2021 (is ook de datum waarop het nieuwe Boek 3 ?Goederen? van het Burgerlijk Wetboek in werking treedt), en

haar artikel 8, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 31 maart 2019 (verschuldigd recht m.b.t. verandering van naam bedoeld in art. 370/3, BW).

Bron: 07 februari 2021 - Wet houdende diverse wijzigingen aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, aan het Wetboek der successierechten, aan het Wetboek diverse rechten en taksen en aan de hypotheekwet van 16 december 1851, alsook aan het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, BS 19 februari 2021, p.16011;

Zie ook:
Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (Vlaams Gewest)
Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (Brussels Hoofdstedelijk Gewest)
Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (Waals Gewest)
Wetboek der successierechten (Vlaams Gewest)
Wetboek der successierechten (Brussels Hoofdstedelijk Gewest)
Wetboek der successierechten (Waals Gewest)
Wetboek diverse rechten en taksen
Hypotheekwet van 16 december 1851
Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen
Wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 "Goederen" van het Burgerlijk Wetboek