FOD Sociale Zekerheid bevestigt verhoging reeks sociale uitkeringen op 1 januari 2021

Begin dit jaar zijn verschillende sociale uitkeringen opgetrokken. Het gaat om aanpassingen buiten index. De FOD Sociale zekerheid heeft de nieuwe bedragen bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 februari 2021.

Volgende sociale uitkeringen worden aangepast:

ziekte- en invaliditeitsverzekeringregeling voor werknemersstelsel der zeelieden

pensioenenregeling voor werknemersgewaarborgd inkomen voor bejaarden inkomensgarantie voor ouderenregeling voor zelfstandigen

tegemoetkomingen aan personen met een handicap

leefloon

Minimum dagbedrag primaire arbeidsongeschiktheidsuitkering werknemers al vanaf 5e maand arbeidsongeschiktheid

Sinds 1 januari wordt een minimumbedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering voor werknemers gewaarborgd vanaf de eerste dag van de 5de maand van primaire arbeidsongeschiktheid. Dat bedrag wordt 49,68 euro. Voorheen kreeg de werknemer hetzelfde bedrag pas vanaf de 7de maand van arbeidsongeschiktheid.

Vóór deze wachtperiode krijgt de arbeidsongeschikte werknemer 60% van zijn loon als uitkering. Dat valt voor arbeidsongeschikte werknemers met een laag loon heel laag uit. Door de wachtperiode te verkorten, waarborgt de overheid al sneller een bepaald minimuminkomen voor arbeidsongeschikte werknemer.

Het doel is om in 2024 al vanaf de eerste maand van arbeidsongeschiktheid een minimumuitkering te waarborgen. Dat gebeurt geleidelijk, elk volgend kalenderjaar schuift dit een maand op:

vanaf de eerste dag van de vijfde maand van primaire ongeschiktheid tijdens het kalenderjaar 2021;

vanaf de eerste dag van de vierde maand van primaire ongeschiktheid tijdens het kalenderjaar 2022;

vanaf de eerste dag van de derde maand van primaire ongeschiktheid tijdens het kalenderjaar 2023;

vanaf de eerste dag van de eerste maand van primaire ongeschiktheid tijdens het kalenderjaar 2024.

Minimumpensioenen zelfstandigen en werknemers geleidelijk opgetrokken

De overheid voorziet een geleidelijke verhoging van het gewaarborgd minimumpensioen, zowel voor werknemers als zelfstandigen. De verhogingen zullen op 1 januari 2021, 1 januari 2022, 1 januari 2023 en 1 januari 2024 worden doorgevoerd zodat het minimumpensioen uiteindelijk verhoogd wordt met 11 % ten opzichte van 2020.

De jaarbedragen voor het minimumpensioen werknemers worden op 1 januari 2021:

werknemer met een gezin: 19.882,50 euro

alleenstaande werknemer: 15.911,02 euro

Voor zelfstandigen gelden voortaan de volgende forfaitaire jaarbedragen voor het minimumpensioen:

voor de zelfstandige met een gezin: 19.882,5 euro

voor de overlevende echtgenoot van de zelfstandige: 15.698,39 euro

voor de alleenstaande zelfstandige: 15.911,02 euro

Voor de volledige lijst met aangepaste verdragen, verwijzen we naar de publicatie in het Belgisch Staatsblad

In werkingtreding: 1 januari 2021

Bron: 9 FEBRUARI 2021. - Aanpassing buiten index op 1 januari 2021 van het bedrag van sommige sociale uitkeringen, p. 16388, BS 22 februari 2021

17 JANUARI 2021. - Koninklijk besluit tot wijziging, wat de toekenning van een minimum dagbedrag tijdens de eerste zes maanden van primaire ongeschiktheid betreft, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994
20 DECEMBER 2020. - Koninklijk besluit inzake de verhoging van het gewaarborgd minimumpensioen