Wijzigingen berekening van het proportioneel pensioen voor werknemers en zelfstandigen

De federale wetgever sleutelt aan het proportioneel pensioen. Voor werknemers zijn er vier opeenvolgende verhogingen van het loonplafond voorzien. Voor zelfstandigen worden twee wijzigingen aangebracht: de afschaffing van de harmonisatiecoëfficiënt en vier verhogingen voor het maximale beroepsinkomen. De wijzigingen komen tegemoet aan het regeerakkoord.

Werknemers: vier opeenvolgende verhogingen van het loonplafond

Wat de regeling voor werknemers betreft, voorziet de wet in vier opeenvolgende verhogingen van het loonplafond. Deze verhogingen zullen op verschillende data worden uitgevoerd: 1 januari 2021, 1 januari 2022, 1 januari 2023 en 1 januari 2024. Dit heeft tot gevolg dat het loonplafond voor de jaren na 2023 met 9,86% zal verhoogd worden ten opzichte van het loonplafond van het jaar 2020.

Zelfstandigen: afschaffing van de harmonisatiecoëfficiënt

Wat de regeling voor zelfstandigen betreft, zijn de wijzigingen van toepassing op de pensioenen die voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2022. De enige uitzondering daarop is het overlevingspensioen berekend op basis van een rustpensioen dat ten laatste op 1 december 2021 ingegaan is.

De wet beoogt in de eerste plaats de afschaffing van de harmonisatiecoëfficiënt of correctie-coëfficiënt. Dit zorgt voor de harmonisering van de berekening van het proportioneel niveau van zelfstandigen en van werknemers. Voortaan wordt er namelijk voorzien in een vervangingsratio dat op het moment van de pensionering vastgesteld is op:

60% voor een alleenstaande; en

75% voor een gezin.

De correctie-coëfficiënt zal vastgesteld worden op 1 voor de toekomstige loopbaanjaren vanaf 2021. Op die manier wil de regering een evenwicht tussen bijdragen en pensioen nastreven en een sterke en efficiënte sociale zekerheid waarborgen.

In de tweede plaats voert de wet ook verhogingen in van het minimumpensioen voor zowel werknemers als zelfstandigen. Tot slot zullen er vier verhogingen worden voorzien voor het maximale beroepsinkomen (het zogenaamde plafond) dat in aanmerking kan worden genomen voor de berekening van het proportioneel pensioen vanaf 1 januari 2021.

In werking: 1 januari 2021

Bron: 15 JUNI 2021. - Wet tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de pensioenregelingen voor werknemers en zelfstandigen, wat betreft de berekening van het proportioneel pensioen, BS 6 juli 2021.

Geraakte artikels:
30 JANUARI 1997.- Koninklijk besluit betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, BS 6 maart 1997, art 5, art 6.