Mantelzorgverlof uitgebreid tot 3 maanden

Vanaf 1 september 2021 kunnen mantelzorgers 3 maanden voltijds mantelzorgverlof opnemen per zorgbehoevende persoon. Nu is dat verlofrecht nog beperkt tot één maand volledige onderbreking van de (voltijdse of deeltijdse) arbeidsprestaties per zorgbehoevende. Een periode die in de praktijk vaak te kort blijkt om adequaat de nodige zorg te bieden aan chronisch zieken, mensen met een beperking en andere zorgbehoevenden die in hun vertrouwde omgeving blijven wonen. De federale regering zorgt daarom voor de nodige versoepelingen en geeft mantelzorgers voortaan meer tijd voor hun zorgtaak.

Maar mantelzorgers zijn niet verplicht om de 3 maanden voltijds mantelzorgverlof in één keer op te nemen. Ze kunnen die periode ook opsplitsen in periodes van telkens een maand of een veelvoud daarvan. Per schriftelijke kennisgeving aan de werkgever kan wel slechts één aaneengesloten periode van mantelzorgverlof worden gevraagd.

De federale regering breidt bovendien niet alleen het voltijds mantelzorgverlof uit, ook de deeltijdse regeling wordt aangepast. Op dit moment kunnen mantelzorgers die voltijds werken hun arbeidsprestaties halftijds of per 1/5e verminderen gedurende een periode van 2 maanden per zorgbehoevende. Vanaf 1 september kan dit gedurende 6 maanden per zorgbehoevende. Maar ook dit verlof kan worden opgesplitst in periodes. Telkens met een minimum van 2 maanden.

Opgelet! De regering raakt niet aan het wettelijk vastgelegde maximum van 6 maanden volledige schorsing of 12 maanden vermindering van de arbeidsprestaties over de gehele beroepsloopbaan. Het totale mantelzorgverlof over de hele beroepsloopbaan van de werknemer blijft met andere woorden beperkt tot (het equivalent van) maximum 6 maanden volledige schorsing, ook al is men erkend voor verschillende zorgbehoevende personen.

In werking: 1 september 2021. De bepalingen zijn van toepassing op de kennisgevingen die vanaf die datum bij de werkgever worden ingediend.

Bron: 20 JULI 2021. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 100ter, § 3, tweede lid, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, BS 20 augustus 2021, bl. 90115.

Zie ook
Herstelwet sociale bepalingen (art. 100ter en 102ter.