Covid-19: werking Centraal Register Solvabiliteit afgestemd op invoering voorbereidend akkoord bij ondernemingsrechtbank

In maart 2021 nam de wetgever een aantal nieuwe maatregelen om faillissementen te vermijden bij ondernemingen die kampen met betalingsmoeilijkheden door de coronacrisis. Eén daarvan is de invoering van de zogenaamde ?pre-packaged bankruptcy procedure? (nieuw art.XX.39/1 WER). Die procedure biedt de schuldenaar de mogelijkheid om een voorbereidend akkoord te sluiten met één of meerdere schuldeisers. De schuldenaar kan deze procedure aanvragen bij de ondernemingsrechtbank die dan een gerechtsmandataris aanstelt om de procedure te begeleiden. Het akkoord is ?voorafgaandelijk?, omdat het wordt gevolgd door de procedure van gerechtelijke reorganisatie. De rechter kan dan het akkoord, doorgaans een afbetalingsplan op korte termijn, bindend verklaren voor alle schuldeisers. De invoering van dit voorbereidend akkoord heeft evenwel verschillende gevolgen voor de werking van het Centraal Register Solvabiliteit - de geïnformatiseerde gegevensbank waarin faillissementsdossiers worden opgeslagen en bewaard. De federale regering zorgt daarom voor een aantal aanpassingen in het basisbesluit van 23 maart 2017 over de werking van en de toegang tot het CRS.

Zo voert de regering een retributie van 299 euro in om de beheerskosten te dekken van de dossiers van het voorbereidend akkoord. De retributie moet per dossier betaald worden, maar is niet verschuldigd bij daaropvolgende procedures van gerechtelijke organisatie.

Daarnaast voegt de regering 2 nieuwe bijlagen (bijlage 6/1 en 18/1) omdat het voorbereidend akkoord een weerslag heeft op zowel het schrijfrecht als op het recht tot raadpleging van het register. De bijlagen geven een overzicht van de stukken, wie ze moet opstellen en wie er inzage of schrijfrechten in heeft.

De maatregelen die zijn ingevoerd via de wet van 21 maart 2021 zijn tijdelijk. Dus is ook de toepassing van het KB van 17 oktober 2021 beperkt in de tijd. De bepalingen zijn retroactief van toepassing vanaf 26 maart 2021 (de dag waarop de wet van 21 maart 2021 in werking is getreden) en treden buiten werking op 16 juli 2022.

Bron: 17 OKTOBER 2021. - Koninklijk besluit tot invoeging van de bijlagen 6/1 en 18/1 in het Koninklijk Besluit van 23 maart 2017 houdende de werking van het Centraal Register Solvabiliteit en tot wijziging van artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 maart 2017 houdende de bepaling van het bedrag van de retributie, evenals de voorwaarden en de modaliteiten van de inning ervan in het kader van het Centraal Register Solvabiliteit, BS 17 november 2021, bl. 112249.

Zie ook
Wet van 21 maart 2021 tot wijziging van boek XX van het Wetboek van economisch recht en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, BS 26 maart 2021.