Verplichte bijdrage aan Fonds voor juridische tweedelijnsbijstand stijgt naar 22 euro

Wie door een strafgerecht wordt veroordeeld, moet sinds 1 december 2021 geen 20 maar 22 euro betalen aan het Fonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Net als elke eisende partij in burgerlijke zaken. De stijging is het gevolg van een indexering.

De bijdrage van 22 euro is verplicht in burgerlijke en in strafrechtelijke zaken:

in burgerlijke zaken wordt de bijdrage geïnd door de griffier bij de inschrijving van de geding inleidende akte, naar aanleiding van en als voorwaarde van de rolzetting. De bijdrage is verschuldigd per aanleg. Let wel: de regelgeving voorziet vrijstellingscategorieën waarin de bijdrage niet verschuldigd is;

in strafrechtelijke zaken geeft iedere veroordeling aanleiding tot heffing van de bijdrage. Daarnaast is ook de burgerlijke partij de bijdrage verschuldigd als deze partij het initiatief nam tot de procedure maar in het ongelijk werd gesteld.

De bijdrage spijst het Fonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Met de opbrengsten van dat fonds wordt het stelsel van de juridische tweedelijnsbijstand aanvullend gefinancierd. En kunnen de advocaten die in dit stelsel prestaties leveren, een billijke vergoeding worden gegarandeerd. De bijdrage is gekoppeld aan de consumptieprijsindex. Het bedrag wordt aangepast telkens als het indexcijfer met 10 punten stijgt of daalt.

Bron: Indexering van de bijdrage aan het fonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, BS 6 december 2021, bl. 116629.

Zie ook
Geraakte artikels
Wet Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, art. 4.